Vannacht had ik voor de zoveelste keer een droom waarin ik iets kwijt was of de weg terug niet kon vinden. Deze keer was het in een vertrekhal van een of ander transport – volgens mij met een vliegtuig. Op een geven moment moest ik iets gaan zoeken dat ik ergens had laten liggen en zoals gebruikelijk in mijn dromen geen idee waar en hoe ik het weer zou kunnen vinden. Maar toen bleek de vertrekhal niet te zijn zoals wij dat kennen van een luchthaven. Het was meer een grote fabriekshal, donker, betonnen vloer, vuil en vooral geen aanwijsborden voor waar je bent of hoe je ergens kunt komen, waar de toiletten zijn en dergelijke.  Ik was de weg kwijt. Het leek wel of alles veranderd was. En toen werd ik wakker met een ongemakkelijk gevoel in mijn lichaam. Een gevoel van dat ik dit nu wel genoeg van dit soort dromen gedroomd heb. Maar deze keer ook dat deze droom mij iets verteld over het leven en hoe ik daarin beweeg. Ik zie leven meer en meer als een continue expansie, een meer worden waarbij ik al het oude achterlaat en er telkens iets nieuws bijkomt. Maar dan meer dan wat het voorheen was.  Hoe kun je als je meer geworden bent weer terugkeren naar toen je minder was? Volgens mij verteld de droom mij dat dat niet kan. De weg terug is onherkenbaar terwijl de weg vooruit heel duidelijk is. En als ik er toch voor kies om terug te keren naar het oude ik goed de weg kwijtraak en de omgeving waarin ik ben niet plezierig is om in te zijn.